Programma Informatie-uitwisseling Milieuhandhaving
Homepage > Programma > FAQ

FAQ Algemeen

 

Wat is Inspectieview Milieu?
Inspectieview Milieu (IvM) biedt handhavers en toezichthouders de mogelijkheid om in elkaars informatie te kijken. IvM biedt informatie over onder meer inspecties, meldingen en vergunningen van bedrijven, natuurlijke personen en ‘werken en inrichtingen'. IvM is in 2012 ontwikkeld in nauw overleg met DCMR, OZHZ, het Agentschap NL voor LMA, ILT en de politie. Medio 2013 kunnen partijen aansluiten op IvM. Via Inspectieview bedrijven zijn en worden momenteel al een aantal rijksinspecties ontsloten (Inspecties ISZW, ILT, NVWA en Agenschap Telecom).

Hoe lang duurt het voordat bronnen zijn aangesloten op IvM?
Vanaf juni 2013 zullen de eerste bronnen worden aangesloten. De aansluitingen zullen, gebaseerd op de stand van zaken bij de verschillende organisaties, gefaseerd plaatsvinden in 2013 of in de jaren daarna. Gemeenten zullen niet zelfstandig, als bron of gebruiker, maar alleen via de RUD op IvM zijn aangesloten.

Wat kan IvM?
IvM biedt geautoriseerde gebruikers een geïntegreerd beeld van de beschikbare informatie over een inspectieobject (bedrijf, persoon of inrichting) op basis van de deelnemende bronnen. Het gaat om een beeld van het nalevingsgedrag van een object/subject. Dit beeld wordt real time opgebouwd door gegevenselementen uit verschillende bronnen te combineren tot een virtueel dossier. Via verschillende schermen kan de gebruiker de diverse soorten informatie (dossierelementen) raadplegen en indien gewenst als een pdf rapport opslaan of printen. Nadat de gebruiker de inkijk in het dossier beëindigt, worden alle gegevens in Inspectieview Milieu gewist.
De gegevens kunnen worden opgevraagd via een beveiligde website of via een koppeling met het eigen VTH-systeem. Een dergelijke koppeling vraagt om een aanvullende investering.

Wat kan IvM niet?
IvM slaat geen informatie op, kan geen informatie toevoegen of wijzigen en heeft geen rol als (gezamenlijk) primair proces systeem.

Waarom is besloten om IvM te ontwikkelen?
Uit diverse onderzoeken (onder meer ‘De tijd is rijp' van de commissie Mans en ‘Grip op milieuzaken' van commissie de Ridder) is gebleken dat de vergunningverlening, toezicht en handhaving in de milieuketen versterking behoeft. Fragmentatie, onvoldoende samenwerking, ontoereikende kennis, gebrek aan eenduidigheid en het ontbreken van gestructureerde en gestandaardiseerde informatie-uitwisseling tussen handhavende instanties verzwakt de milieuhandhaving. De inzet van mensen en middelen kan sterk verbeterd worden wanneer toezicht en handhaving op basis van risicoanalyses en gerichte informatie plaatsvindt. Door informatie tussen de handhavingspartners te delen en door samen op te trekken bij de uitvoering van de werkzaamheden neemt de effectiviteit verder toe. IvM is het hulpmiddel voor de informatie- uitwisseling en is daarmee een stuk gereedschap voor toezicht en handhaving.

Welke voordelen heeft het om als organisatie aan IvM deel te nemen?
De voordelen van deelnemen aan IvM zijn tweeledig: de gebruiker is in staat om samengevatte informatie over de dossiers te raadplegen van andere diensten en zich daarmee inhoudelijk uitgebreider te informeren. De informatie die zo beschikbaar komt kan gebruikt worden voor zowel het bepalen van de prioriteiten (inplannen van inspecties) als voor de voorbereiding van een concrete inspectie. De bronhouder is in staat andere diensten te informeren over de eigen waarnemingen, waardoor die breder gebruikt worden en daarmee in belang en impact toenemen. Het kan tevens de basis vormen om gezamenlijk een inspectie voor te bereiden.

Hoe moet worden omgegaan met de informatie die via IvM beschikbaar wordt gesteld? Welke waarde heeft die informatie? En wat kan een andere partij met uw informatie?
De informatie die bronhouders via IvM beschikbaar stellen is het resultaat van specifieke processen bij de bron (zoals melden, inspecteren en vergunning verlenen). Het is voor het juist interpreteren van die informatie van belang die processen te kennen of wanneer dat niet het geval is daar bij de bron naar te informeren. De informatie die IvM biedt is actueel doordat deze direct bij de bron gehaald wordt. De informatie verrijkt de eigen informatie en geeft mogelijk een nadere invulling van een bepaald beeld van een organisatie of persoon. De aanvullende informatie kan behulpzaam zijn bij het analyseren, plannen, voorbereiden en uitvoeren van de eigen inspectie- of opsporingswerkzaamheden en aanleiding zijn daarin samen te werken. Het resultaat is een beter geïnformeerd, effectiever en efficiënter toezicht en handhaving, waarbij er minder toezicht en handhaving is waar het kan en meer waar het moet.

Wat is de rol van de Inspectie voor Leefomgeving en Transport ten aanzien van IvM?
De Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) is zowel gebruiker als één van de bronnen voor IvM. Daarnaast is de inspecteur generaal ILT eigenaar van de applicatie IvM en daarmee verantwoordelijk voor een succesvolle ontwikkeling, oplevering en het beheer ervan.

Is het verplicht voor organisaties om op IvM aan te sluiten?
Er bestaat nog geen wettelijke plicht om op IvM aan te sluiten. Wel is besloten dat na afronding van het proces van aansluiting, deze wettelijk wordt vastgelegd door de minister van IenM. Het beleid van het Kabinet en alle betrokken overheden is er op gericht om de huidige situatie te verbeteren (zoals vastgelegd in de kabinetsreactie 29 383 en de bijbehorende Package Deal). Deze vormden de basis van het Programma Uitvoering met Ambitie (PUmA) waarvan het programma informatie-uitwisseling milieuhandhaving, dat o.a. IvM ontwikkelt, deel uitmaakte. Gebruik maken van IvM voor het uitwisselen van informatie tussen de verschillende organisaties is een kritische randvoorwaarde voor het slagen van de kwaliteitsverbetering van toezicht en handhaving.

Wat heeft een organisatie nodig om IvM te kunnen gebruiken?

Het gebruik van IvM vraagt van de organisatie vakbekwame medewerkers die binnen de scope van de eigen werkzaamheden snappen waar IvM voor dient. Voor al het gebruik geldt dat bij de toepassing van de informatie uit IvM men (om misverstanden te voorkomen) bekend moet zijn met de wijze waarop deze bij de geraadpleegde bronnen tot stand is gekomen. De medewerkers moeten zich dus ook realiseren waar de verschillen in werkwijze en wettelijke taken zitten tussen de diverse ketenpartners.
  1. inspecteurs zullen IvM gebruiken bij de voorbereiding van een concrete inspectie en er mogelijk aanleiding in zien een inspectie gezamenlijk voor te bereiden. Ook is het mogelijk dat zij op basis van de getoonde informatie navraag doen bij een bronorganisatie om het beeld van een inspectieobject te verscherpen;
  2. analisten en planners zullen de informatie gebruiken bij het bepalen van actuele thema's en
    prioriteiten en er mogelijk aanleiding in zien een plan (planning) gezamenlijk voor te bereiden;
  3. het gebruik van IvM zal leiden tot de ontwikkeling van eisen en wensen voor de doorontwikkeling van IvM. De gebruiker zal zich daartoe moeten organiseren.
Bij het in gebruik nemen van IvM zal de gebruikersorganisatie instructie krijgen. Verder zal de
bronhouder bereikbaar zijn voor de inhoudelijke toelichting op de verstrekte informatie. Hiertoe zal een infodesk worden ingericht.

IvM stelt organisaties in staat om gebruik van elkaars informatie te maken. Dit vraagt om harmonisatie van de informatie (zodat voor iedereen de informatie hetzelfde betekent) en het vraagt om harmonisatie van processen (zodat bijvoorbeeld het delen van geplande inspecties zinvol is omdat er ook daadwerkelijk een goed planningsproces aan ten grondslag ligt). Het gebruik van de informatie leidt tot verdiepingsvragen. De bronhouder zal zich zo moeten organiseren dat ze de verdiepingsvragen ook kan beantwoorden, bijvoorbeeld door de infodesk en het beschikbaar zijn van een informatiemakelaar. Verder zijn de informatiesystemen door de implementatie van IvM aan elkaar verbonden.

Het is van groot belang dat partijen deelnemen aan het gezamenlijke beheer van de voorzieningen van IvM. Verder moeten ze bij het beheer van de eigen informatiesystemen rekening houden met deze onderlinge verbondenheid technisch, financieel, functioneel, life cylce management, etc. Deze organisatieverandering vraagt van partijen een goed onderling overleg en de bereidheid om de organisatie, de processen, de informatiehuishouding en de informatiesystemen op elkaar af te stemmen.

Wie is eigenaar van IvM?
De inspecteur generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Hoe wordt het beheer van IvM ingericht?

De eigenaar van IvM is verantwoordelijk voor het inrichten van het beheer van IvM. Daarbij zal de opzet gebruikt worden zoals die voor het stelsel van inspectieviews is uitgewerkt. De stuurgroep e- inspecties heeft in december 2011 ingestemd met dit voorstel. Het belang van afstemming voor het beheer van de verschillende inspectieviews is vooral ingegeven door de inhoudelijke verwevenheid: de technische basis is dezelfde, een deel van de ontwerpdocumenten zijn gemeenschappelijk en een deel van de gegevens van bronhouders wordt altijd via Inspectieview Bedrijven (IvB) ontsloten. Daarnaast zijn veel belanghebbenden bij meerdere inspectieviews betrokken.
 
De opzet van het beheer is gebaseerd op een coöperatief netwerkmodel en dat betekent op hoofdlijnen:
  1. er komt voor IvM een stuurgroep (opdrachtgeversberaad) als besluitvormend orgaan en een adviesgroep (gebruikersraad) als afstemmend en voorbereidend orgaan. Beiden bestaan uit vertegenwoordigers van bronhouders, afnemers, de beheerpartij en – bij de adviesgroep – de ontwikkelpartij(en).
  2. er komt een stelseloverleg van eigenaren van de verschillende inspectieviews voor afstemming over de ontwikkelingen van het stelsel. De voorzitter van de stuurgroep e-inspecties treedt op als eigenaar van het stelsel.
  3. er komt een team van medewerkers van de inspectiediensten (met inhoudelijke ondersteuning van bijvoorbeeld ICTU) waarin de inhoudelijke expertise van (het stelsel van) inspectieviews gebundeld is. Dit team ondersteunt de adviesgroep en de stuurgroep bij opstellen en bijwerken van inhoudelijke kaders, het maken van impactanalyses, het opstellen van een gemeenschappelijke releasekalender en de onderlinge afstemming tussen de handhavingsdomeinen. Het team doet ook voorstellen voor, en voert regie op, het sourcingbeleid en het contractmanagement.

Wat is de rol van ICTU?

ICTU is opdrachtnemer voor een aantal projecten die uitgevoerd moeten worden binnen het Programma Informatie-uitwisseling Milieuhandhaving (PIM). Het gaat om de volgende onderwerpen:
  1. ontwikkelen van Inspectieview Milieu
  2. ontwikkelen van nieuwe functionaliteit met name bulkbevraging en abonnementen/signalering
    (bijv. Inspectie Alert Asbest).
  3. verder ontwikkelen van IvM voor toepassing ten behoeve van de handhaving in de ketens asbest, vuurwerk, bodem- en grondstromen en afval. Hierbij wordt nauw samengewerkt met andere programma's die zich inhoudelijk op deze handhavingsprioriteiten richten.
  4. ontwikkelen van standaarden voor de gegevensuitwisseling tussen de handhavingpartners.
    Daarbij wordt zo veel mogelijk aangesloten op de bestaande standaarden als RSGB, RGBZ, RUDI, etc.
Voor alle vier trajecten werkt het programma PIM nauw samen met het veld.

Zijn gegevens digitaal beschikbaar?
De informatie die IvM aan de gebruiker presenteert wordt real time opgehaald bij de bronnen. Tijdens presentatie op het scherm via een browser (inzage) bestaat de mogelijkheid om de gegevens via een pdf als rapport op te slaan en desgewenst te printen. Daarnaast zal er bulkbevraging mogelijk zijn. Dan is het mogelijk om een bestand op te vragen op basis van een aantal preselectie criteria zoals regio of branche. Dit bestand kan dan gebruikt worden in de eigen analysetools voor nadere verwerking.

Wie beheert de gegevens waar IvM uit put?
De bronhouder is te allen tijde verantwoordelijk voor het beheer van de gegevens. Het gaat daarbij om de juistheid en tijdigheid van de gegevens die in de primaire proces systemen bijgehouden worden. Daarnaast gaat het ook om de verstrekking van die gegevens aan de gebruikers van IvM:

de bronhoudende partij heeft de mogelijkheid om te bepalen aan welke gebruikers de gegevens geleverd worden.

Welke set gegevens wisselt IvM uit?

IvM wisselt gegevens uit van bedrijven, natuurlijke personen en ‘inspectieobjecten' zoals inrichtingen en werken. Deze zijn vindbaar via diverse zoekingangen zoals naam, KvK nummer en adresgegevens. De informatie die verstrekt wordt bestaat uit de volgende gegevensgroepen (de ‘dossierelementen'):
1. naam, adres (of x,y coördinaat), KvK nummer.
2. inspectiegegevens, bevindingen, inspectiedocument en overtreding/maatregel.
3. toestemmingen zoals vergunningen, beschikkingen etc.
4. meldingen afval (aggregaat) en meldgedrag afval.
5. signalen, zoals klachten.
6. relaties met andere objecten/subjecten.

De informatie-uitwisseling is uitgewerkt in een informatiemodel met daarin meer details over zoekingangen, definities, attributen etc. Voor een goed begrip van de uitwisseling is het belangrijk dit informatiemodel te raadplegen.

Wat is het Programma van Eisen (PvE) voor aansluitende partijen? En over welke eisen hebben we het dan?
De uitgangspunten van IvM zijn gebaseerd op Inspectieview Bedrijven (IvB). Aan IvB ligt een set van zogenoemde generieke ontwerpdocumenten ten grondslag die van toepassing zijn op alle versies van Inspectieview. Naast Inspectieview Bedrijven en Inspectieview Milieu zijn dat ondermeer Inspectieview Wegvervoer en Inspectieview Binnenvaart. In deze generieke ontwerpdocumenten (waaronder de projectstartarchitectuur, softwarearchitectuur document, het functioneel ontwerp voor de dienstenapplicatie en de presentatieapplicatie en de koppelvlakbeschrijving) liggen de belangrijkste uitgangspunten vast zoals NORA compliance, de bedrijfsarchitectuur, de technische architectuur, informatiebeveiliging, de uitwerking van de applicatiestructuur en de applicatieprocessen, etc. Voor iedere implementatie van Inspectieview wordt een aanvullende set van ontwerpdocumenten samengesteld, zoals het informatiemodel met prototype, inrichtingsdocumenten voor de dienstenapplicatie, de presentatieapplicatie en het koppelvlak, een webservicesbeschrijving in WSDL en niet-functionele eisen. Het volledige PvE van IvM bestaat uit de generieke ontwerpdocumenten en de specifieke ontwerpdocumenten van IvM.

Wanneer krijgen de handhavende organisaties de informatie over het PvE?
De generieke ontwerpdocumenten zijn al beschikbaar. Ook de specifieke ontwerpdocumenten voor IvM zijn beschikbaar, zoals het informatiemodel. Deze documenten kunnen als basis dienen bij het opstellen van een PvE voor de ontsluiting van gegevens als bronpartij. De volledige set van documenten is op te vragen bij het programmasecretariaat PIM

Hoe ziet de tijdlijn van IvM eruit?

Hoe wordt IvM doorontwikkeld?

Doorontwikkeling van IvM vindt plaats langs verschillende assen:
  1. nieuwe bronnen (uiteindelijk alle relevante instanties), binnen wettelijke kaders;
  2. nieuwe/aangepaste informatie-elementen (bijv. voor thema's zoals bodem, en nadere
    invoering van standaarden);
  3. nieuwe functionaliteit (eerst bulk, later signalering, abonnementen e.d.);
  4. gebruikersgroepen toegang geven (eerst de gebruikers van de aansluitende bronpartijen).
Per fase/release wordt de scope gespecificeerd in een plan.

Welke organisaties vormen een pilot? Welke lessen kunnen andere organisaties daaruit leren?
Er is geen sprake van een pilot, wel van een eerste groep aan te sluiten deelnemers. Na ingebruikname van release 1 van IvM zal op basis van de gebruikservaring en de huidige plannen (zie voorgaande vraag) gewerkt worden aan de verdere inhoudelijke en functionele groei van IvM. DCMR, OZHZ Rijkswaterstaat (voor LMA), de ILT, de politie en – via IvB – de Inspectie SZW en NVWA zijn nauw betrokken bij het opstellen van het informatieprotocol en het prototype van IvM. De gecombineerde ervaring zal ter beschikking staan van de overige organisaties. Via een deskundig team (dat ook al ervaring heeft met IvB) zal er ondersteuning zijn en uiteraard via vastlegging in een leerpuntenrapport. Er is een PIM aansluitmap beschikbaar waarin veel praktische informatie is opgenomen voor het aansluitproject bij bronpartijen.

Klopt het dat PIM een aansluitvoorziening ontwikkelt voor gebruik door bronhouders?
Dat klopt. De centrale ontwikkeling van een enkele generieke componenten leidt tot substantieel lagere kosten bij de aan te sluiten bronnen, omdat bepaalde componenten niet door elke bronpartij afzonderlijk ontwikkeld hoeven worden.

Is de informatie-uitwisseling van PIM rechtmatig?
Ja, dat is het geval mits de bronpartijen en afnemers nadere afspraken over de informatie- uitwisseling vastleggen. Doelbinding is daarbij van belang evenals afspraken over welke informatie van de bron voor welke rol bij de afnemer beschikbaar komt. Het juridische spoor binnen PIM ontwikkelt daarvoor een aantal startdocumenten zoals een informatieprotocol die door de aan te sluiten partijen nader moet worden ingevuld.

Welke standaarden wijzigen er door PIM?
Binnen het programma standaarden worden voorstellen uitgewerkt voor aanpassingen van RIHA, RUDI, RGBZ, ZTC. Deze worden volgend jaar in besluitvorming gebracht onder meer bij het Forum Standaardisatie en KING. Wanneer de wijzigingen worden overgenomen in de nieuwe versies van de standaarden dan zullen leveranciers op termijn de standaard overnemen in hun systemen.

Op welke wijze helpt het programma bij het aansluiten?
PIM heeft een aansluitmap samengesteld met heel veel praktische informatie voor het aansluitproject bij de bronpartijen. Daarnaast komt het team van PIM proactief langs bij de beoogde bronpartijen om in gesprek te gaan met zowel de IT medewerkers als met de operationele medewerkers en hun leidinggevenden. Verder kan een bronpartij PIM consulteren bij het opstellen van hun aansluitproject en wordt er voor de technische aansluiting samengewerkt met ICTU.

Wat zijn bij een aanbesteding van een VTH systeem de eisen die opgenomen moeten worden voor PIM?
Er zijn twee belangrijke toevoegingen die in een programma van eisen voor een VTH systeem moeten worden opgenomen. Allereerst moet de gegevensuitwisseling met Inspectieview Milieu als eis worden opgenomen. Verder zullen de aangepaste standaarden te zijner tijd als eis moeten worden opgenomen. Voor beide onderwerpen stelt PIM teksten op die door alle bronpartijen kunnen worden gebruikt.

Wie is opdrachtgever?

Opdrachtgever van het programma PIM is Jenny Thunnissen, Inspecteurgeneraal van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

Waar kan ik terecht met vragen?

Voor vragen over het Programma Informatie-uitwisseling Milieuhandhaving (PIM), vragen over de organisatie- en procesinrichting en overige vragen kunt u contact opnemen met het ministerie van IenM, programmasecretariaat PIM, 070-339 12 61, programmasecretaresse is mw. J. Ostendorf.

Voor ICT-gerelateerde, functionele en technische vragen en vragen over de aansluiting kunt u contact opnemen met ICTU, project e-inspecties / PIM, 06-21 137 319, projectsecretaris is dhr. M. van Wijk. E-mail: PIM@ictu.nl.

Wat zijn de consequenties als er geen ontheffing door het Cbp wordt gegeven?
In dat geval zal er met de structurele geautomatiseerde uitwisseling van informatie met IvM gewacht moeten worden totdat de nieuwe wet VTH in werking treedt. De Wabo voorziet nu niet in gestructureerde uitwisseling van informatie tussen handhavende instanties.

Welke eisen stelt de wet / stellen de wettelijke kaders aan de onderlinge afspraken tussen de bronnen en de gebruikers van IvM?

Er is een aantal zaken waarmee rekening moet worden gehouden:

  1. Het is belangrijk dat er omwille van complexiteitsreductie maar enkele onderscheiden rollen zijn. Zoals inspecteur, analist, bijzondere opsporingsambtenaar (BOA), maar ook aan de verschillende functionarissen in dienst van het bevoegd gezag. Door uit te gaan van een beperkt aantal rollen zijn er ook een beperkt aantal autorisatieregels te handhaven bij het gebruikersbeheer en bij de bronpartijen. Deze beperking van complexiteit volgt niet zozeer uit de wet maar maakt het wel eenvoudiger om de wettelijke eis van doelbinding via gebruikers, rollen en organisaties in te vullen.
  2. Het is verplicht om de onderlinge informatie-uitwisseling vast te leggen in een informatieprotocol. In dat protocol wordt er bilateraal vastgelegd welke informatie er tussen welke organisaties wordt gedeeld, volgens welke standaarden en binnen welke veiligheidsmarges. Het informatieprotocol zal moeten worden ondertekend door of namens de verantwoordelijken voor de organisaties die van IvM gebruik maken.
PIM is een samenwerking
tussen Rijk, IPO en VNG
RSS